25-4. Met regengetik word ik wakker. Wederom vroeger dan de wekker. Een reisdag staat op het programma: Van Warschau naar Vilnius; een traject van ongeveer acht uur.  Eerst naar een bakker voor proviand onderweg, dan de stadsbus naar het station. Ik kom gelukkig bijtijds tot de ontdekking dat ik de tegenovergestelde richting uitrijd. Snel uitstappen, oversteken, wachten en instappen. In de trein heb ik een dag om de afgelopen dagen te laten indalen. Die waren intens. Wenen, Krakow, Warschau. Mijn planning was oorspronkelijk ook om het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau te bezoeken, maar mijn reservering is op het laatst geannuleerd. Achteraf had ik beter bij de organisatie van het voormalige kamp (nu museum) zelf kunnen reserveren in plaats dan via een intermediair. De combinatie van drukte rond de paasdagen en ook een tekort aan gidsen, maakt dat tal van mensen hetzelfde hebben als ik. Een man die ook geen ticket had was toch gegaan. Stond om 5 uur ‘s ochtends in de rij en kocht alsnog een ticket. Ik dacht op mijn beurt: ‘Dan maar een andere keer’. En daarvoor in de plaats kwamen tal van ervaringen die alles met de oorlog en holocaust van doen hebben op mijn pad. Het laat een gevoel na van verdriet over de gruwelen van het naziregime en in Polen met daarna de onderdrukking vanuit het communistische systeem.

Ik blik terug op de drie afzonderlijke bestemmingen en verplaats me weer naar het hier-en-nu van toen. Beginnend bij Wenen.

Wenen

Ook in Wenen regent het. Met paraplu gewapend laat ik me meenemen door een gids in het centrum van de stad. Een van de eerste plekken is de Helmut Zilkplatz vlakbij de Staatsopera waar een herdenkingsplek is voor alle slachtoffers van fascisme en oorlog. Het voelt bizar, maar onder het monument liggen honderden doden, omgekomen door een bombardement in maart 1945, dat de schuilkelders onder het gebouw deed instorten. Verder gaat het in deze rondleiding natuurlijk over het ontstaan, de bloei en ondergang van het Habsburgse Rijk. Tastbare overblijfselen van deze episode laten de stad glimmen en blinken met grandeur. Koetsen met Lippizaners-paarden van De Spaanse Rijschool dartelen rond. Componisten zoals Beethoven Mozart zijn in het straatbeeld aanwezig. Sigmund Freud heeft er zijn museum. Je kunt zeggen dat het Habsburgse – in alle barokke gebouwen en historie tentoongespreid – sterk leeft in het centrum van Wenen. Het hof werkte als magneet voor kunstenaarschap en ondernemerschap. Het Habsburgse Rijk was tot aan de eerste wereldoorlog een relatief stabiele machtsstructuur waarin er ontplooiing op allerlei vlakken mogelijk was.  

Een schokkend beeld van ontmenselijking is een van de drie beelden op de Helmut Zilkplatz. Het beeldt een Joodse man uit die de straat schrobt om antinazi teksten of symbolen uit te wissen. Dit gebeurde nadat Oostenrijk zich had aangesloten bij Het Duitse Rijk in 1938.

Ik maak enkele foto’s waarbij ik het lijnenspel op zoek in bouwwerken. Nieuwe architectuur en oude gebouwen bepalen samen het straatbeeld. Soms zie ik charme in deze combinatie, maar soms stoot het me af. Ik merk ook dat het mede afhankelijk is van welke kijkrichting je kiest.

Ik schrik terug van de hoge prijzen die worden gerekend in de Weens koffiehuizen die inmiddels toeristische trekpleisters zijn geworden. Maar – ook los van het toerisme – is het een onderdeel van de cultuur om uitgebreid te verpozen in koffiehuizen. Zakenmensen hadden vaak op hun visitekaartje ook hun favorite koffiehuis vermeld voor zakelijke afspraken.

Een meneer die in dit plaatje past zie ik lopen op straat. Bloem in zijn knoopsgat, gekleurde tas en netjes en stijlvol gekleed. Ik vraag hem voor een foto.

Krakau en Warschau

Krakau is een verademing na de drukte van Wenen. Vanuit het station loop ik door een park richting mijn hostel. Als ik het station in de namiddagzon wil fotograferen word ik bijna omvergereden door een jongen op een eenwielig voertuig.

De zon schijnt en het is levendig en vrolijk in het park. Het park is een ring die de oude stad omzoomt, aangelegd op de voormalige stadsmuur. De oude stad is gaaf. Ik begrijp van een wandelgids dat dit te danken is aan het feit dat de Duitsers in de oorlog Krakau beschouwden als Duitse stad. Dit deden ze op grond van oude kaarten in de tijd dat de Mongolen naar het westen oprukten den de strijd die de Maagdenburgers voerden tegen de Mongolen. Krakau werd het Duitse bestuurscentrum in Pools gebied tijdens de oorlog, en diende gespaard te blijven. Dit gold niet voor Warschau, dat voor 90 % vernietigd is.

Krakau heeft charme. Gekleurde gebouwen. Overal mensen in het park. Wawel, een indrukwekkend kasteel op een heuvel, een prachtig overdekt marktcentrum uit de renaissance en een stadsplein van 200 X 200 meter waar ik een paasmarkt aantref met allerlei snuisterijen en etenswaren.

Van Ola, een Krakause fotografe die ik ontmoet, begrijp ik dat ik dom ben geweest om op die markt iets te eten. Bewoners kijken wel uit. Je betaalt de hoofdprijs en het eten is niet lekker, wat ik kan beamen. Reuzel, gebakken ui en varkensvlees op een dik plak brood met daarbovenop een vettige saus voor ruim 10 euro.

Ola

Ola (zie foto) en ik drinken wijn in een café. Het dringt nog meer tot me door hoe heftig de periode 1939 – 1990 was in Polen. In de oorlog was alle haat van de nazi’s vooral gericht op de Joden, maar ook Polen moesten het ontgelden. Als Slavisch volk stonden ze op een lager plan dan de Ariërs, volgens de rassentheorie van de nazi’s. Lukraak konden mensen worden opgepakt. Vooral voor hoogopgeleide Polen gold dat gevaar. Ola’s grootvader belandde zo in Auschwitz. Op een gegeven moment moest hij naar het ziekenhuis van het kamp. Hij zag dat er met grote regelmaat mensen werden doorgestuurd naar de gaskamer. Toen het dreigde met hem ook te gebeuren heeft hij op aanraden van iemand snel een bezem gepakt en is gaan vegen. Zo zagen de nazi’s hem niet meer als zieke, maar als personeel.

Het was niet alleen de oorlog die verwoestend was. Daarna kwam de meedogenloze afrekening door de communisten met de Polen die tijdens de oorlog streden voor het behoud van Polen als autonome natie. En dus ook niet procommunistisch waren. Mensen die maar iets zeiden dat opgevat kon worden als zijnde anticommunistisch of prowesters konden in de gevangenis belanden, naar Siberië gestuurd worden of erger. Zo gebeurde het met haar vader, een arts, die na gevangenschap van twee jaren zo verzwakt was dat hij korte tijd later overleed.

Ik boek een rondleiding door de wijken Kazimierz en Podgórze die gewijd is aan de Joodse geschiedenis en de Holocaust.  

Ik begrijp van de gids dat Joden sinds het einde van de 13e eeuw een belangrijke rol speelden in de regionale economie. Zij waren bijzonder welkom vanwege de waarde die zij hadden voor de lokale economie en hun cultuur en religie werd dan ook gerespecteerd. In Krakau was voor de tweede wereldoorlog 25% van de inwoners Joods. Overigens: Polen was het land in Europa met het grootste aantal Joodse inwoners.

De helft van alle zes miljoen Holocaust-slachtoffers komt uit Polen. Kazimierz was voor de oorlog een levendige Joodse wijk, met meerdere synagogen en overal bedrijvigheid. Nu is het een wijk met een aantal Joodse restaurants, een synagoge, maar het is vooral een ‘gewone’ hippe woonwijk geworden en tevens flink toeristisch.

Omdat de wijk Kazimierz volgens de nazi’s te dicht bij het kasteel en de oude binnenstad lag moesten de Joden in 1943 hun huizen achterlaten en naar een andere wijk (Podgórze), waar het getto van Krakow werd gecreëerd. Ommuurd met muurdelen die de vorm hadden van grafstenen; grimmiger kan het niet.

In Warschau is er niets meer te zien van het getto. In het Joods museum zie ik filmopnamen van vlak na de oorlog, uit een vliegtuig, die laten zien dat de stad geheel verwoest is. Bizar.

Lukasz, de gids die ik heb in Warschau doet een beroep op mijn voorstellingsvermogen en slaagt daar uitstekend in. Als knap storyteller neemt hij de groep mee door de oorlogsjaren. Met ook aandacht voor de gewapende opstand die in 1943 plaats had en voor de opstandelingen een daad van verzet was zonder de verwachting dat ze tegen de overmacht aan nazi’s bestand zouden zijn. Op de foto toont hij het portret van Czerniaków, de voorzitter van de Poolse Joodse raad. Hij pleegde in 1942 zelfmoord toen zijn smeekbede aan de Duitsers niet werd verhoord om in ieder geval de wezen en de kinderen te sparen bij de deportatie naar (toen nog gedacht) werkkampen. Czerniaków liet een brief achter waarin hij schreef: “Ik kan dit niet langer aan. Mijn daad zal aan iedereen bewijzen wat het goede is om te doen“.

Warschau moest na de oorlog weer geheel opgebouwd worden. En dat is gebeurd. Het oude centrum is op grond van alle beschikbare foto’s en tekeningen weer hersteld. Buiten het historische centrum prijken hoge flats en staan er ook stalinistische bouwwerken en grauwe communistische flatgebouwen. Het is een moderne stad, waarin veel herdenkingsplekken staan over de zwarte perioden uit de geschiedenis.