Door de bergen

De busreis van Skopje naar Tirana is 290 kilometer door bergachtig gebied en zal ongeveer 5 ½ uur duren. Met een oude minibus met meer dan 500.000 km op de teller en voorzien van een frisse sticker van Flixbus. Drie passagiers vandaag. Een Albanees die zijn vriendin in Skopje heeft bezocht, een Amerikaan die net als ik twee maanden op reis is en begon in Georgië. En ik. De chauffeur is een goedlachse en zachtaardige Albanese zestiger die om de dag op en neer rijdt tussen de twee hoofdsteden.

Op hoogtes van boven de 1000 meter sneeuwt het. We rijden door de sneeuwbuien heen. Ondertussen zie ik auto’s langs de kant van de weg staan. De Mercedes-diesel dendert door, berg op en berg af. Ik check of er vangrails langs de weg zijn aangebracht en gelukkig: ja. Je leest namelijk wel eens wat. De sneeuw wordt heviger. Er is bijna niets meer te zien door de ramen. De bus loopt vast nadat we van links naar rechts schaatsbewegingen maken. We worden geordonneerd achterin te gaan zitten.  Handig zo’n Albanese passagier die ook Engels kan tolken. Met vereende krachten lukt het de chauffeur om de bus weer aan de gang te krijgen.

Totdat het een volgende keer echt niet meer lukt. Stil staan we, met draaiende motor om de temperatuur aangenaam te houden. Sneeuwkettingen worden gepakt. Een hoop geklooi hoor ik buiten en na twintig minuten is duidelijk dat die kettingen niet passen.

Een Albanees die vaststaat met zijn personenauto uit de jaren 80 komt de bus in en mag proberen weg te komen met de sneeuwkettingen van de bus. Maar ook hem lukt het niet ze te bevestigen. Rillend komt hij weer terug in de bus om op te warmen. Wat resteert is wachten. Totdat de het uitgesneeuwd is. Twee uren wachten we. Af en toe passeert er een 4-wheel drive. Of een auto met kettingen. Verder staat er van alles in de berm, net als wij. Op de kaart zie ik dat het nog maar een klein stukje is voordat we de pas over zijn.

Ineens is daar een sneeuw schuivende bulldozer, gevolgd door een strooiwagen.

De man met de auto stapt weer uit de bus en geeft gas. Yes, het lukt. Terwijl zijn rechterraam nog helemaal wit is rijdt hij de col op. En de bus nu. Passagiers weer achterin. Flashback naar mijn middelbareschooltijd toen we met vrienden graag achterin zaten om daar te geinen. Zal het nu lukken? Een brullende combi van glijden en vooruit ploegen. Ja. Het kost moeite maar hij rijdt. En steeds met meer gemak. En dan stopt het sneeuwen. Bij de grensposten is er vertraging. Ook daar is het wachten. De verbinding ligt eruit dus onze identiteit kan niet worden vastgesteld. Maar ook dat komt goed. En Albanië ligt aan mijn voeten.

Achteraf hoor ik van de chauffeur dat hij zo’n sneeuwval in al zijn twintig jaren op de bus niet eerder heeft meegemaakt. Als hij ons ’s nachts afzet in het centrum van Tirana bedank ik hem hartelijk.

Kleur en vorm in Tirana

Ik weet niet wat ik zie in Tirana. Zo veel kleuren, zulke bijzondere creaties van gebouwen, pleinen, parken. Mensen die er voor 1990 zijn geweest zullen een grauwe herinnering hebben overgehouden aan deze stad, die onder het communisme van Hoxha gepijnigd is door armoede en angst, waarover later meer. Edi Rama, kunstschilder en van 2000 – 2011 burgemeester van Tirana zorgde ervoor dat er duizenden bomen werden geplant en er kleur kwam in de stad door grauwe gebouwen te laten schilderen in frisse kleuren. Deze ontwikkeling is nog niet voorbij, zo valt te zien aan het grote aantal projecten in wording.

Ik fotografeer er op los. Daarbij zoek ik verbinding tussen de moderne bouwwerken en de natuur.

De pyramide van Tirana is een publiekstrekker. Het werd in 1985 gebouwd als mausoleum voor de stalinistisch leider Enver Hoxha en eveneens als museum. Hoxha had het land sinds de afloop van WOII in een stalinistische greep. Hoxha’s dochter heeft het oorspronkelijke bouwwerk ontworpen, na het bewind van Hoxha raakte het in verval en is nu gigantisch getransformeerd.

Er is onder Albanezen– zo begrijp ik van een dame van in de zestig die rondom die plek werkt – commentaar op.  Zeker veel oudere mensen blijven de plek associëren met het verleden en hadden het liefst de pyramide met de grond gelijkgemaakt. Tussen haar woorden door voel ik pijn doorklinken. Dat veel mensen en zeker toeristen het mooi vinden beaamt ze. En ik lees later op de website van het Nederlandse architectenbureau MVRDV dat juist ook veel Albanezen de vernieuwing van het bouwwerk als triomf zien; als symbool van overwinning. In ieder geval zie ik veel jongere Albanezen de trappen op en af gaan en in de kroegjes er omheen bivakkeren.

Communistisch leed en erfgoed

Hoxha was bevriend met Stalin en zat helemaal op dezelfde ‘stalen’ lijn. Godsdiensten werden verboden. Mannen mochten geen baard dragen. Voor inrichting van huizen waren er een paar opties van meubilair waaruit gekozen kon worden. Geheime politie overal. Toen Hoxha na de dood van Stalin in 1953 de banden verbrak met Joegoslavië, Rusland en China, kwam het land alleen te staan. Enorme armoede. Gemiddeld werd men 40 jaar. Het is allemaal te beleven in een van de vele bunkers die in die tijd gebouwd zijn. Albanië ligt bezaaid met bunkers, waarvan er inmiddels velen zijn gesloopt of in gebruik zijn als opslaglocatie.. Hoxha liet mensen verhongeren maar geld voor beton was er wel. Er wordt wel gezegd dat deze man aan een angststoornis leed. de hele wereld was een gevaar. Bunkers moesten het land beschermen, ook tegen een kernbom. De foto’s zijn genomen in BunkArt 1, gelegen in een buitenwijk van Tirana en doet nu dienst als museum. Ook hoe Albanië in de Tweede Wereldoorlog bezet is door Italië en de felle strijd die Albanese partizanen daar tegen voerden. En hoe – na de dood van Mussolini – de Nazi’s de bezetters werden.

Bij het verlaten van de bunker spreek ik met een van de suppoosten. Ook hij prent het me in: Het was hier als Noord-Korea. Niemand vertrouwde elkaar. Angst voor de meedogenloze geheime politie. Ik heb het idee dat dit trauma’s heeft gegeven en voelbaar bij de oudere mensen. Ik ervaar ze (generaliserend) als zachtaardig, schuchter en vriendelijk.

Straatleven Tirana

Religie

Albanië is een tolerant land. Al eeuwen lang leven verschillende religieuze groeperingen in vrede naast elkaar. Een belangrijke religie in Albanië is Bektashisme. Het is in de dertiende eeuw ontstaan en lijkt op de Islam, maar is een stuk ruimdenkender en staat open voor allerlei geloofsrichtingen. In Tirana is een groot centrum gebouwd voor dit geloof dat vele aanhangers kent in Albanië en ook in omringende landen. Het is begonnen in het Turkse Anatolië, als een verwante richting aan het soefisme. Toen Attatürk aan de macht kwam was het niet langer mogelijk om het geloof te belijden en werd Albanië het wereldcentrum. Omdat mijn reis (mede) langs een aantal religieuze hotspots gaat (Ik was al in Konya, Istanbul en ga nog naar Bari en Rome) was het logisch een bezoek te brengen aan de tempel. Het is een reis naar een buitenwijk van Tirana. Ik moet door een buurt waar veel armoede heerst en zie op een gegeven moment een poort.

Daar doorheen gekomen is er rust en harmonie. In de architectuur, in de tuin. Ik word hartelijk verwelkomd door een Italiaanse meneer (die zelf niet tot het geloof behoort) die mij uitgebreid rondleidt. Zijn Engels is niveau ‘halverwege brugklas’ dus de vertaal-app komt van pas. Ik ben veel te weten gekomen over deze religie. Veel verwantschap met de Islam, maar ook met Christendom. Maar nogmaals, ruimdenkend, en dat spreekt me zeer aan. Ik steek een kaarsje op in een kapelletje en denk daarbij aan mijn moeder en mijn zwager.

Als er plots een monnik (die daar waarschijnlijk woont) te voorschijn komt vraag ik hem of ik een foto mag maken. Dat mag, en hij neemt alle tijd. Daarna wil de suppoost ook op de foto.

Armoede

Ook al swingt het in Tirana, zijn er tal van hippe koffietentjes met goede cappuccino (Italiaanse invloed), is er bedrijvigheid en is de stad internationaal georiënteerd, toch heerst er ook armoede. In het centrum zijn veel bedelaars. Armoede is vooral aanwezig in de buitenwijken. In zo’n buitenwijk loop ik. Ineens hoor ik een kabaal en kan niet thuisbrengen wat het is. Dan zie ik het: Een jongen staat in een container en haalt alle plastic flessen er uit en gooit die op de straat. Ik neem aan om te verzamelen en weg te brengen voor een klein bedragje. Ik fotografeer zijn actie. Er komt een man boos op mij af. ‘ Waarom fotografeer je dit? Wat is daar aan!’ Hij peperde mij in dat dit LEED is. Ik loop door. Ik begrijp zo goed wat die man bedoelt. Ik plaats de foto hier, maar dus wel met deze bijsluiter. Het is geen ‘mooi plaatje’ maar harde realiteit.

Dürres

De laatste dag Albanië breng ik voor een deel door in Dürres; de havenstad dichtbij Tirana. Nou ja, dichtbij. Met de bus duurt het anderhalf uur om er te komen. Om bij het busstation te komen is me aangeraden een taxi te nemen. In een elektrische Hunday zoef ik door een drukke binnenstad richting busstation. De chauffeur houdt van hiphop. Als ik een nummer zeg mooi te vinden gaat het volume op volle sterkte. Ik maak filmopnamen tijdens deze swingende rit. De chauffeur biedt me aan voor 20 euro naar de havenstad te brengen. Ik doe het, zeker omdat ik tot aan het busstation al 8 euro kwijt zou zijn. Nog een half uur karren. Hij rijdt ervaren en overmoedig over de snelweg. Maakt een noodstop voor een invoegende vuilniswagen. Mmmm, kan beter. Ik denk aan de Christoffel-penning die ik bij me heb en van vriend Frans heb meegekregen voor deze reis. Geen garantie, wel geruststellend. In Dürres aangekomen eerst koffie en op die plek vraag ik of mijn rugzak een paar uren kan laten. Dat kan en ik wandel de boulevard op. Mooi licht.

Portretten

In mijn vorige blogposts waren het vooral vrouwen die ik voor de lens vroeg. Om evenwicht te brengen fotografeer ik in Tirana vooral mannen. Ieder neemt de tijd. Allemaal kleine waardevolle ontmoetingen. Op straat gemaakt in Tirana, behalve de trompettist, die trof ik in Dürres.